Wit licht is opgebouwd uit een mengsel van vele soorten gekleurd licht. Door
middel van een prismakan het 'witte' licht gebrokenworden in de kleuren waaruit
het licht bestaat. De kleurenband die dan ontstaat wordt een spectrum
genoemd. De hoofdkleuren die daarbij ontstaan zijn: rood, oranje, geel, groen,
blauw, indigo en violet. Dit zijn de kleuren van de regenboog.
De regenboog ontstaat ook
door breking van het licht. Dit wordt veroorzaakt
doordat de zonnestralen breken in de regendruppels. De regendruppels zijn een
soort van prisma's.
Bij de juiste omstandigheden is het zelfs mogelijk dat er twee of meer
regenbogen boven elkaar zichtbaar zijn. Dit komt doordat er meer(voudige)
reflecties in de regendruppels optreden.
De kleuren van de tweede regenboog die hierbij ontstaat, komen in omgekeerde
volgorde te voorschijn. Wanneer we alle kleuren die door een prisma gevormd
worden weer in een ander prisma laten vallen, dan ontstaat er weer wit licht.
Wanneer we één kleur wegnemen ontstaat er geen wit licht. Isaac Newton

heeft met zelfgemaakte lenzen in 1665 veel proeven met licht gedaan. Het viel
hem op dat de beelden die door de lenzen gevormd werden wazig waren met
een smalle ring gekleurd licht eromheen. Na lang slijpen van zijn lenzen
concludeerde hij dat het probleem niet bij de lenzen lag, maar dat het werd
veroorzaakt door de breking van het licht. Na nog meer proeven lukte het hem
om met een prisma een spectrum te maken.
Maar waarom valt wit licht uiteen als het door een prisma valt? Dit wordt
veroorzaakt doordat elke kleur een eigen golflengte heeft. Het passeren van een
prisma belemmert de beweging van de golven. Elke golf wordt gebogen. De
kleur met de hoogste golflengte (rood) buigt het minst af en de kleur met de
laagste golflengte (violet) buigt het meest af.